“Maar zo had ik dit niet gewild!”​

Wat als Corona mijn contractuele doelen waardeloos maakt?

In deze macabere tijden zijn er tal van contractuele relaties die onder spanning komen te staan. Voor ad hoc overeenkomsten, of overeenkomsten van bepaalde (korte) duur is normaal gesproken wel een oplossing te vinden. De contractspartijen kunnen ervoor kiezen de pijn van de Corona crisis tussen hen te verdelen, men kan er voor kiezen om het contract uit te dienen en niet te vervolgen, et cetera. Geen oplossingen waarvoor direct in paniek naar een advocaat hoeft te worden gebeld: men zou denken dat veel situaties zich door fatsoen en gezond verstand laten oplossen.

Een belangrijke overweging mag daarbij zijn dat we mogen veronderstellen dat ooit deze crisis achter de rug zal zijn en dat men ook dan zaken wil doen met de ander. Dat gaat niet zo makkelijk als de ene partij de andere partij in deze crisis als een baksteen laat vallen.

Fatsoen.

Het valt niet mee om zeer concrete situaties te bedenken waarin problemen optreden die niet kunnen worden opgelost door goed overleg. We zitten er met z’n allen in en dat betekent dat de kruik met ‘water bij de wijn’ niemand behoort over te slaan. Dat zal iedere weldenkende jurist je als raad meegeven. Want in ons wetboek is nadrukkelijk ruimte gecreëerd voor de nuance, door middel van de gecodificeerde ‘redelijkheid & billijkheid’.

Ik sla in deze korte bijdrage de wettelijke leerstuk van ‘overmacht’ over. Daar is sprake van als iemand een prestatie dient te verrichten maar dat niet kan als gevolg van een oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. We kunnen ons daar van alles bij voorstellen: voorstellingen die worden afgelast door overheidsmaatregelen, voorraden die uit allerlei landen de afnemer niet kunnen bereiken, et cetera.

De olifant in de porseleinkast.

Maar er is nog een ander effect, wat tenminste net zo vaak zal voorvallen. En iedere ondernemer die het aangaat hoofdbrekens zal bezorgen. Dit heeft veelal betrekking op overeenkomsten die zijn aangegaan voor langere tijd, de zogeheten duurovereenkomsten. Overeenkomsten worden aangegaan op basis van een bepaalde economische risico-verdeling, welke vaak weer gebaseerd is op (voorziene) vraag en aanbod. De Corona crisis walst gelijk een olifant in een porseleinkast deze verdeling aan duigen.

Stel, dat ik een overeenkomst sluit voor de levering van een partij dozen met inhoud vanuit China verspreid over het jaar te leveren. Door de Corona crisis lijkt het een illusie dat ik de partij dozen met inhoud voor de beoogde verkoopprijs zal kunnen slijten aan de markt, terwijl ik al bij het sluiten van de overeenkomst met de leverancier een prijs en hoeveelheid dozen heb bepaald. Daar is zelfs een totaalprijs op vastgesteld.

Onvoorziene omstandigheden!

Maar wat nou als je er met je contractspartij er niet uitkomt hoe men de pijn verdeelt? Wat nu als de contractspartij niet voor rede vatbaar is?

In het Burgerlijk Wetboek is een artikel opgenomen die een ondernemer de mogelijkheid biedt om de rechter te vragen om de gevolgen van een overeenkomst te laten wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden. Dat staat in art. 6:258 BW. Deze onvoorziene omstandigheden moeten van ‘dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Aan de wijziging van de overeenkomst of de ontbindingen kan zelfs terugwerkende kracht worden verleend.

Wat als in het contract staat dat ontbinding onmogelijk is?

Dikwijls staat in schriftelijke overeenkomsten vermeld dat deze niet kan worden ontbonden of vernietigd. In geval van onvoorziene omstandigheden geldt in dat geval de escape dat als niet in het contract is aangegeven welke omstandigheden niet vatbaar zijn voor ontbinding, de overeenkomst alsnog op grond van ONVOORZIENE omstandigheden kan worden ontbonden.

Twee nuances moeten tenslotte worden aangebracht:

  1. de rechter is over het algemeen zeer terughoudend om onvoorziene omstandigheden vast te stellen. Nu is deze Corona crisis zo uniek en treft eenieder, dat in het algemeen door juristen deze crisis als een onvoorziene omstandigheid worden gezien. Maar het gaat er dan nog steeds om of de crisis zodanig van invloed is op de overeenkomst dat dit aantasting van de overeenkomst rechtvaardigt. Dat moet van geval tot geval worden bekeken.
  2. Aanpassing van de overeenkomst mag nimmer als resultaat hebben dat de risico-verdeling tussen partijen wordt gewijzigd. En dat klinkt logisch omdat géén der partijen de unieke omstandigheden heeft kunnen voorzien en de gevolgen ervan niet onevenredig verdeeld mogen worden.

Tot zover. Mocht je nog vragen hebben, bel me gerust (050-3115544).

Met vriendelijke groet,

Dennis Wouda, advocaat van Kaliber.